Inhoudsopgave
Adriana Wobma (74) en haar man Wiel (78) groeiden als eigenaars van Café Juliana in Kerkrade in de afgelopen 35 jaar uit tot een waar horecabegrip. Na vele tienduizenden pilsjes getapt te hebben, nemen zij in december dit jaar afscheid van hun kroeg. Een adieu van de toog in de ‘huiskamer’ van wijk Spekholzerheide. Waarom? De Nieuwe Ster mocht op bezoek komen en kreeg uitleg.
Zomaar een donderdagmiddag met lauwwarm herfstzonnetje in Sjpekhei. Terwijl winkelend publiek een plekje uitkiest op een parkeerplaats om de naburige supermarkten te gaan bezoeken, drentelt Adriana Wobma – type vlotte dame met grijzende haardos – bij de ingang van haar café. Een bruine gezellige horecagelegenheid gelegen onder de rook van de plaatselijke kerk op een hoek van de Patronaatstraat en de doorgaande Akerstraat.
Middenin het epicentrum waar in het verre en roemruchte verleden met vele tientallen cafés hét uitgaanswalhalla van Kerkrade en ver daarbuiten lag, draait café Juliana nog altijd op volle toeren. Weliswaar geen zeven dagen in de week meer vanwege de hoge leeftijd van het kasteleinsechtpaar, maar van tot donderdag tot en met zondag is het nog altijd bal in het etablissement dat doet terugdenken aan vervlogen tijden.
De kroegdeuren zwaaien standaard om 14 uur ‘s middags open. Voor een praatje, een peukje roken (buiten, de asbak staat al klaar), een biljartspelletje of een potje darts. Een wedstrijd kijken op tv van plaatselijke voetbaltrots Roda JC is eveneens geen probleem, net zoals de wereldvermaarde prestaties van racekoning Max Verstappen vaker op het beeldscherm voorbij komen. Maar bovenal zeker óók: biertjes koppen.
Goudgele rakkers met schuimkragen of hier en daar een bacootje in droge kelen gieten. Wie Adriana lijfelijk bezig ziet met haar klandizie, kan niet anders dan concluderen dat ze horecabloed heeft. Dat ze misschien ook wel gezien kan worden als de moederkloek van haar klanten. Die vaak zoeken naar aanspraak en genegenheid, soms om de pijnlijke eenzaamheid een stukje te kunnen verdrijven. In een speurtocht naar een gulle lach en een benodigd gevoel van gelukzaligheid.
Terwijl de caféhoudster Wobma plaatsneemt op haar vertrouwde krukje achter de bar, bijt eega Wiel enkele meters verderop in een boterhammetje. Een aandoenlijk gezicht van twee mensen die onderweg zijn naar meer rust. De kasteleinsvrouw wil beginnen met vertellen over de reden voor het afscheid, maar breekt al binnen enkele seconden.
Tranen vullen haar ogen, de emoties hebben de overhand. Het verdriet zit diep, al weet het verstand wel beter. Een vaatdoek biedt uiteindelijk uitkomst om de waterlanders te deppen. Dan: “Ik heb het er zó moeilijk mee, het adieë zeggen tegen onze mensen”, verzucht de Kerkraadse, terwijl ze nog maar eens een traantje weg wrijft.
Meewarig kijkt ze richting haar echtgenoot. “Weet je wat het is: dit voelt gewoon als afgedankt zijn, in de laatste fase van je leven zitten… Jarenlang deed ik dit eerst samen met mijn zusjes Ria en de inmiddels overleden Rika. Ze-ven da-gen in de week, in de eerste periode. Vanaf tien uur ‘s morgens, dat is dan je leven en nu niet iets wat je zomaar achter je laat.” Wéér krijgt Adriana het te kwaad, een brok maakt zich meester van haar keel.

Praten gaat wederom niet. Na een wat langere stilte vervolgt ze echter toch haar relaas. “Ik kan het simpelweg niet meer, zóveel werken. Het hoofd wil wel nog, maar mijn lichaam stribbelt steeds meer tegen. En Wiel heeft parkinson, dus die staat niet meer zelf in de kroeg maar helpt me ‘s morgens als manusje-van-alles.” Wobma senior hapt juist op dat moment nog maar eens in zijn zorgvuldig gesmeerd kostje.
Omdat Juliana een zogenoemd dagcafé is, waar overigens tot middenin de nacht het gerstenat wordt geserveerd, is er in de afgelopen jaren met een soort van shifts (diensten) gewerkt. Soms valt er ook echter ook personeel uit. “Ik sta hier soms van ‘s middags twee tot ‘s nachts drie”, fluistert Adriana. Een te zware last voor haar lichaam dus. Al maakt dát gegeven het adieu van haar klanten zeker niet lichter. Integendeel zelfs.
“Dit is een soort van gemeenschap hè”, klinkt het met een stem vol melancholie en saamhorigheidsgevoel. Plots gaat de toegangsdeur open. De eerste klant dient zich aan. Het is Fer, een stamgast. Eigenlijk is hij te vroeg qua openingstijd, maar ach… Dorstig zet hij even later zijn mond aan een fris getapt biertje. De man is zichtbaar op zijn gemak. Adriana kan een glimlach niet onderdrukken, gevolgd door een knipoog.

Café Juliana is nu verkocht aan het bedrijf Wijnen-Leers en Maurice Meermann, vaste klant en tevens enige tijd invalkracht als tapper geweest, wordt binnenkort de nieuwe uitbater. “Die man gun ik alles”, zegt Adriana tot slot. Wiel knikt bevestigend. Een mooi stel dit duo zo bij elkaar.
Ze weten: het is goed geweest. Al doet dat dus wel pijn.

Al ons nieuws is en blijft gratis, maar waardeert u ons werk, steun dan De Nieuwe Ster.
