Een muur van een opvanglocatie in Bocholtz wordt beklad met twee woorden: „Stop islam”. De vermoedelijke dader wordt opgespoord, spreekt met de burgemeester en de gemeente Simpelveld kondigt aangifte aan. De bekladding zou maatschappelijke onrust veroorzaken.
In Maastricht bezetten gemaskerde pro-Palestijnse activisten ondertussen tot twee keer toe een universiteitsgebouw. Ze blokkeren de normale bedrijfsvoering, weigeren te vertrekken en moeten uiteindelijk door de politie uit het gebouw worden gehaald. Bij de eerste bezetting achtte het Openbaar Ministerie het zelfs onwenselijk dat de politie de identiteit van de bezetters vaststelde. Dat zou een „chilling effect” kunnen hebben: de actievoerders zouden zich bij een volgende demonstratie misschien geremd voelen.
En wanneer Frans Timmermans, inwoner van Maastricht en inmiddels minister van Staat, Israëlische politici en hun optreden tegenover de Palestijnen vergelijkt met nazi-Duitsland en de Holocaust, belandt ook dat dossier bij de hoofdofficier van justitie in Maastricht. Nabestaanden van Holocaustslachtoffers hebben aangifte gedaan wegens groepsbelediging en haatzaaien.
Vier zaken die juridisch niet identiek zijn. Maar samen stellen ze wel één ongemakkelijke vraag: hanteert justitie in Maastricht dezelfde maatstaf voor iedereen, of hangt de mate van begrip mede af van de politieke richting van het protest?
ANALYSE
Ons nieuws is en blijft altijd gratis, als je je inschrijft voor de nieuwsbrief
Gratis inschrijvenHeb je al een account? Log in